RAYMOND AERTS

"Aan jonge mensen die twijfelen om een opleiding tot burgerlijk ingenieur te kiezen, kan je alleen maar zeggen 'doen'."

Raymond Aerts , afgestudeerd in 1976
Master of Science in de ingenieurswetenschappen: Materiaalkunde

diensthoofd (kapitein-commandant)

Ingenieur bij de brandweer: een boeiende en soms heel spannende wereld

 

Als burgerlijk metaalkundig ingenieur ben ik afgestudeerd in 1976. Ik was toen 24 jaar oud, dus ik sta nu niet meer zo ver van mijn pensioen.

 

Na een korte doortocht bij het bedrijf Oleofina in Ertvelde, waar ik zes maanden in de onderhoudsafdeling werkte, mocht ik aan de slag bij CP Clare International in Tongeren, een Amerikaans bedrijf met een duizendtal werknemers. Als jong ingenieur startte ik hier op de ontwikkelingsafdeling om daarna over te stappen naar de manufacturing afdeling voor de productie van kwikschakelaars en relais: prachtig metallurgisch werk met vele opportuniteiten.

Maar er is niets nieuws onder de zon: ook dit bedrijf werd geconfronteerd met een herlocalisatie naar Taiwan, overigens voor een product dat weinig toekomst had. En omdat ik niet wilde meewerken aan deze verhuizing, ging ik op zoek naar andere uitdagingen.

 

Diploma opent deuren

 

En zo kwam ik bij toeval in contact met een voor mij heel onbekende wereld: de brandweer. De stad Genk zocht een brandweerofficier, niveau ingenieur, voor de uitbouw van haar brandweer. Een job bij een openbaar bestuur? Mijn interesse was toch gewekt.

Na een hele procedure ( zo gaat dat nu eenmaal bij een statutaire aanwerving bij de overheid), kwam ik in september 1980 als ingenieur in de functie van onderluitenant in dienst bij de brandweer Genk, een zeer boeiende en soms heel spannende wereld.

De brandweer van Genk beschikt over een hoofdkazerne en een voorpost. Het personeelskader bestaat uit 75 beroepskrachten en 80 vrijwilligers.

Het leidinggevend kader bestaat uit 5 officier-ingenieurs, die de hele werking voor hun rekening nemen.

Momenteel ben ik dienstchef en vul ik mijn dagen met personeelszaken, financiële aspecten, preventie en allerlei besprekingen en proberen we de brandweer te hervormen en voor te bereiden op nieuwe uitdagingen. Maar ook het operatieve (interventies) maakt nog steeds deel uit van mijn taak.

Als diensthoofd maak ik ook beleidsmatig deel uit van het managementteam van de stad Genk.

 

Doen!

 

Ik weet niet wat mijn opleiding waard geweest is, of beter gezegd: ik weet niet wie ik nu zou zijn mocht ik die opleiding niet gevolgd hebben, maar feit is dat het diploma op zich vele deuren heeft geopend en dat de studies en het verblijf in de studentenstad me zeker een bredere kijk op de wereld hebben gegeven. Als ingenieursstudent moest ik hard werken, het hele jaar door; ik behoorde niet tot de groep studenten die met weinig studie resultaten haalde. Dit heeft me zeker doorzettingsvermogen en werkkracht bijgebracht.

 

Het is duidelijk dat wanneer je voor dit soort werk en zeker als leidinggevende kiest, dat dit een totaaljob is. Je privéleven is er volledig mee verweven. De interventies, op om het even welk moment, maar vooral ook de gecombineerde werking met beroepsbrandweermannen en vrijwilligers, vraagt een grote inzet ook buiten de normale werkuren.

 

De ingenieurswereld is net zoals de brandweerwereld hoofdzakelijk een mannenzaak. Maar langzaam merk ik dat toch ook dames hun weg vinden naar ons vakgebied en dit kan ik alleen maar toejuichen.

Aan jonge mensen die twijfelen om een opleiding tot burgerlijk ingenieur te kiezen kan je alleen maar zeggen 'doen'. Met zo’n diploma kan je overal terecht, kan je zelf beslissen waar je terechtkomt en kan je een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij.

Je kan zelfs terecht bij de brandweer!

VOLGENDE GETUIGENISSEN INTERESSEREN JOU MISSCHIEN OOK?